De naam Vaes

Kuhmt eh boerrehkn oewt Eksl

zènne klènne aongeeveh

beij mniër pstoewr

Maar of die Eerwaarde Heer het dialect van de streek verstaat?

Dit artikel is geen wetenschappelijke studie over dialectiek, maar puur giswerk en dus zeker geen waarheid.
Maar het kan een en ander verklaren in de wijzigingen die we vaststellen in de familienamen.

Dat duivels dialect

We spreken hier over het jaar 1801.
Identiteitskaarten of -papieren bestonden niet, toch niet voor de gewone werkmens.
De meeste mensen konden niet lezen of schrijven dus werd alles mondeling doorgegeven en er werd slechts iets genoteerd bij officiële gelegenheden zoals geboorte, huwelijk of overlijden.

Een centraal bevolkingsregister was er al helemaal niet omdat er niks centraals was, dat is pas gekomen met of zelfs na de Fransen.

Algemeen Nederlands bestond niet, naar school gaan was amper aan de orde. De boerderij kwam op de eerste plaats.
Dialect was toen iets zeer lokaal en kon verschillen van gemeente tot gemeente, of zelfs van gehucht tot gehucht.

We hebben vandaag de dag geen enkel idee hoe binnen de familie de naam “Devos” werd uitgesproken.
Maar het “Limburgse zingen” zal zeker niet ontbroken hebben.
Dat zou dus ongeveer geklonken kunnen hebben als “dvoaos”
(aan de lezers: indien je niet uit de streek van Eksel bent kan je dit nooit goed uitspreken, het moet klinken als een lange uitgesponnen o in vos)

Voorts weten we dat de naam in 1778 bij de geboorte van Pieter Jan al bijna eens verkeerdelijk werd genoteerd.

Die pastoor (of kapelaan)

Priesters werden gevormd aan het seminarie en dan door het bisdom “uitgezonden naar een parochie”…

Dus weten we niet zeker of die meneer pastoor wel uit de streek kwam en vertrouwd was met het dialect.
Hij moest Latijn kunnen lezen en schrijven om de mis en de sacramenten in het
Latijn te kunnen doen.

Het handschrift tussen beide inschrijvingen is verschillend, hetgeen ons doet vermoeden dat er intussen een nieuwe pastoor was.
Die kende de familie dus niet zoals de oude, want die had zich misschien de fout van destijds kunnen herinneren.

Feit is dat hij de naam niet goed verstaan heeft en dus ook niet goed genoteerd heeft.
In plaats van Devos heeft hij letterlijk “Vaessen of Vaes” genoteerd.
Maar hoe kan dat?

Van “dvòòòs” naar “vòòəs” of “vòòəssə”

Wanneer je “als plat kallend boerke” Devos heet, en dan bij meneer pastoor komt en die “de” niet goed uitspreekt:
dan krijg je “(d)vòòs” (die lange o in vos).
En wanneer je dan een beetje op z’n Limburgs zingt,
dan krijg je “
vòòəs” (die lange o uit vos gevolgd door een ‘e’ en dan de s).
En als je dan een beetje hapert op die s, kan er “
vòòəssə” gehoord worden.

En laat dat nu in het Ekselse net de fonetische uitspraak zijn van “Vaes” of “Vaessen”, en nog altijd eigenlijk.
En dat waren in die tijd namen die redelijk wat voorkwamen in de streek en waarmee de pastoor vertrouwd kon zijn.

Dit is natuurlijk puur giswerk, maar het verkeerd begrijpen van dialect kan veel vergissingen verduidelijken.
We zien ten andere hopen naamsveranderingen te wijten aan het “fonetisch” neerschrijven van dialectwoorden

Van Van Meert naar Meerten/Mierten/…

Dit is nog zo een geval van systematische naamsverbastering.
De naam Van Meert komen we tegen bij Petrus Van Meert, schoonvader van Denis Devos uit Eksel.
Daar waar men tot rond 1700-1750 nog overal de naam Van Meert terugvindt in de verschillende registers, wordt die naarmate men in de tijd vordert alsmaar meer vervangen door Vanmiert, Vanmeerten, Meerten, Mierten, …. en na verloop van tijd zelfs Meertens of Mertens.

Vooral bij het verhuizen van de ene parochie naar de andere zie je dus die veranderingen in de noteringen.


⇐ Dionis Vaes … ⇒

Foto :
(c) Marcel & Marielle