Een huisstijl
is een eenheid van ontwerp,
een identiteit,
een uitstraling.
…
En dat is exact
wat we wilden.
…
Plattelands.
Het huis ligt op het platteland, in een dorpje met allemaal oude gebouwen, en is zelf ook oud.
Dan ga je er geen betonnen gedrochten tegenaan smijten.
Dat is dus een eerste deel van de algemene stijl: het plattelandskarakter bewaren daar waar mogelijk.
Ook de kleuren van de streek respecteren hoort daar bij, zelfs al worden die oorspronkelijke kleuren meer en meer ingeruild voor witte, groene of antracietkleurige kozijnen en deuren in PVC of aluminium.
En toch modern.
Natuurlijk zijn er zaken waarbij je compromissen moet sluiten.
Zo hebben de meeste oude huizen in de streek kleine ramen. Dat was een noodzaak om warmte of koude binnen of buiten te houden al naargelang het seizoen.
Maar dat heeft als gevolg dat je binnen bijna de ganse dag met kunstlicht moet leven.
Wij hadden graag grotere ramen gehad en deuren met al dan niet grote glaspartijen.
Buitenmuren
De muren in natuursteen moesten zo blijven.
En zelfs hetgeen bijgebouwd zou worden zou toch tenminste het uitzicht van natuursteen moeten hebben.
Dat, samen met de voegen in een kalk-zand mengsel zou garant moeten staan voor het “oude” karakter.
Schrijnwerkerij
Die grote ramen in hout? Die dakramen in de veranda in hout?
Stevige deuren met veel glas?
Dat was om 2 redenen niet te doen:
1. hout is niet sterk genoeg
2. Het moet regelmatig onderhouden worden
Hier moeten we dus overstappen op steviger materiaal met weinig tot geen onderhoud.
En hadden we voor het kleinere schrijnwerk dan toch voor hout gekozen, dan was dat esthetisch nooit een mooi geheel geweest.
Samen met de architect hebben we besloten om voor alle buitenschrijnwerk aluminium te kiezen, en te gaan voor een combinatie van landelijke stijl met toch een lichtjes moderne toets.
Op die manier krijgen we toch een soort eenheid van uitzicht.
Kleuren
Wanneer je kiest voor schrijnwerk in aluminium met weinig tot geen onderhoud, dan zit je met materiaal dat je later niet meer kan herschilderen.
Dan moet je je wel vastpinnen op de kleuren zodat je geen regenboog aan kleuren krijgt.
We hebben dan gekozen voor één vaste buitenkleur en één vaste kleur voor binnen.
| De buitenkleur wordt een kleur die gelijkt op het oude pastelblauw/grijs dat vroeger algemeen aanwezig was in de streek: RAL-code 5014. Deze kleur wordt onder verschillende namen verkocht: in het Nederlands duifblauw, in het Frans: bleu-pigeon, bleu-provence of ook bleu-orage |
![]() |
| De kleur voor de binnenkant van deuren en ramen wordt een meer neutrale kleur die niet te donker of te licht is en die je makkelijk kan combineren met andere kleuren: RAL-code 7047 Ze wordt verkocht onder de naam télégris / telegrijs |
![]() |
De kleuren voor de muren binnen zullen ook zoveel mogelijk in landelijke stijl blijven met hier en daar een frisse toets voor keuken of badkamer.
De isolatie en beplaastering.
Hier zijn we nog niet helemaal uit.
Enerzijds heb je een aantal criteria inzake materiaal en dikte om tot een bepaalde isolatie-coëfficiënt te komen.
Anderzijds heb je ook de esthetische kant. Gyproc-wanden zijn niet de meest meest mooie in een oud huis.
En dan heb je natuurlijk het grote probleem bij oude huizen in natuursteen: opstijgend (capillair) water.
En voor bepaalde zaken moet je ook de stevigheid hebben om zware dingen op te hangen, zoals in de keuken bijvoorbeeld.
Het liefst van al zouden we willen werken met een mengeling “chaux-chanvre” (kalk-hennep).
Dit materiaal is vochtregelend, isoleert goed, maar is niet geschikt voor zware lasten.
Ook moeten we nog kijken of dat betegeld kan worden,
of het geschikt is voor een badkamer,
of hoe we verstevigingen kunnen aanbrengen voor zware lasten (balken tegen de muur en daartussen isoleren?…)
Maar het voornaamste is dat er geen holtes zijn waar muizen of ander ander niet-gewenste gasten zich kunnen nestelen en voortplanten!!!
Vloeren
Ook hier zijn we nog niet helemaal door.
In de oude huizen lagen/liggen er nog steeds houten vloeren of worden er tegels gelegd op een betonnen ondergrond.
In heel oude huizen vind je zelfs nog de oude “tomettes” terug in de keuken of bijkeuken.
Het heeft allemaal z’n charme en voor- en nadelen.
Maar alles hangt af van het verwarmingssysteem dat we willen plaatsen: vloerverwarming, klassieke radiatoren of een combinatie van beide.
Voor het gelijkvloers zouden we graag tegels gebruiken, in de keuken misschien zelfs tomettes.
Voor de verdiepingen hadden we liefst een houten vloer, en dan hebben we de keuze tussen parket of planken.
Voor de kelder en het atelier is gepolijst beton het makkelijkst en zelfs mooist.
Wordt beslist vervolgd
en aangepast …
.



