Vermits we in mei vernomen hadden dat “onze draagmoeder” drachtig was, moesten we beginnen denken aan het klaarmaken van de wei om onze muilezel te kunnen opvangen.
Er moest opgeruimd worden:
- gevaarlijke stenen of andere obstakels verwijderen
- de weirand bijwerken
er moesten enkele bomen en braamstruiken verdwijnen en ook het kapotte hout moest nog uit die haag gehaald worden.
Dat is een werkje dat nog regelmatig zal terugkomen. - nog wat oude rommel van één van de vorige eigenaars (jawel, die zelfverklaarde huizenopknapper) tussen de bomen en prikkeldraad uithalen. Die had onder in de wei ooit een kennel gebouwd met veel beton.
Dus weer een paar dagen zoet, vooral met die beton. Die rotzooi naar boven sleuren maakt verdomd moe.
En dan mochten de schaapjes van onze vriend nog een laatste keer komen grazen.
.

